De CSFM beschouwt continue spanningsvelden in het beton (2D eindige elementen), aangevuld met discrete "staaf"-elementen die de wapening voorstellen (1D eindige elementen). Daarom wordt de wapening niet diffuus in de 2D eindige elementen van het beton ingebed, maar expliciet gemodelleerd en ermee verbonden. In het rekenmodel wordt een vlakke spanningstoestand beschouwd.

Zowel volledige wanden en liggers, als details (delen) van liggers (geïsoleerd discontinuïteitsgebied, ook wel afgesneden uiteinde genoemd), kunnen worden gemodelleerd. Bij wanden en volledige liggers moeten de opleggingen zodanig worden gedefinieerd dat een (extern) isostatische (statisch bepaalde) of hyperstatische (statisch onbepaalde) constructie ontstaat. De belastingsoverdracht bij de afgesneden uiteinden van liggers wordt geïntroduceerd door middel van een speciale Saint-Venant-overgangszone, die zorgt voor een realistische spanningsverdeling in het geanalyseerde detailgebied.
