Belastingen in IDEA StatiCa Stability zijn op drie niveaus georganiseerd: belastinggevallen, de belastingen daarbinnen en de belastingcombinaties die in de analyse worden gebruikt.
Alle belastingitems worden aangemaakt via de groep New op het tabblad MODEL: de knoppen Belastinggeval, Lijnlast, Puntlast en Combinatie. Omdat elke belasting aan een staaf wordt toegewezen, moeten de staven eerst in het model worden gedefinieerd.

Belastinggeval
Een belastinggeval is een groep belastingen die gezamenlijk op de constructie werken, zoals permanente belasting, veranderlijke belasting of wind. Het wordt aangemaakt met de knop Belastinggeval in de groep New op het tabblad MODEL.
Elke lijnlast en puntlast wordt aan één belastinggeval toegewezen. Als het selectievakje Eigen gewicht is aangevinkt, wordt het eigen gewicht van alle staven automatisch in het belastinggeval opgenomen. Zo'n belastinggeval kan geen lijn- of puntlasten bevatten. Houd het eigen gewicht dus in een apart belastinggeval en voer de overige belastingen in afzonderlijke belastinggevallen in.

De aangemaakte items verschijnen in de boomstructuur in de weergave onder Belastingen en combinaties > Belastinggevallen (LC1, LC2, …). Elk belastinggeval bevat zijn eigen Lijnlasten en Puntlasten, indien gedefinieerd. Wanneer u een item in de boomstructuur selecteert, opent het bijbehorende eigenschappenraster. Daar kunt u het item bewerken, kopiëren (Kopiëren) of verwijderen (Verwijderen). Met Lijnlast toevoegen of Puntlast toevoegen kunnen belastingen rechtstreeks aan het geselecteerde belastinggeval worden toegevoegd.

Belastingen kunnen ook aan het geselecteerde belastinggeval worden toegevoegd door in de 3D-weergave met de rechtermuisknop op een staaf te klikken en in het contextmenu Lijnlast toevoegen of Puntlast toevoegen te kiezen.

Lijnlasten en puntlasten
1. Lijnlasten
Een lijnlast werkt tussen een Beginpositie en een Eindpositie [m] langs de staaf, met intensiteitscomponenten X, Y, Z [kN/m]. De componenten worden ingevoerd in het Globale of Lokale coördinatensysteem, te kiezen in de keuzelijst Coördinatensysteem. De keuzelijst Locatie bepaalt waar op de doorsnede de belasting werkt: Staafas, Boven, Onder, Links of Rechts. Het aangrijpingspunt kan in horizontale richting worden verschoven met de Excentriciteit. Wanneer de staaf op het tabblad DESIGN als CBFEM-staaf is geselecteerd, kan de belasting over een bepaalde Breedte worden verdeeld. Als de staaf niet als CBFEM-staaf is geselecteerd, is deze optie uitgeschakeld.

2. Puntlasten
Een puntlast werkt op één enkele Positie [m] langs de staaf, met krachtcomponenten Fx, Fy, Fz [kN] en momentcomponenten Mx, My, Mz [kNm]. De componenten worden ingevoerd in het Globale of Lokale coördinatensysteem, te kiezen in de keuzelijst Coördinatensysteem. De keuzelijst Locatie bepaalt waar op de doorsnede de belasting werkt: Staafas, Boven, Onder, Links of Rechts. Het aangrijpingspunt kan in horizontale richting worden verschoven met de Excentriciteit. Wanneer de staaf op het tabblad DESIGN als CBFEM-staaf is geselecteerd, kan de belasting over een bepaalde Breedte en Lengte worden verdeeld. Als de staaf niet als CBFEM-staaf is geselecteerd, zijn deze opties uitgeschakeld.

Als de Breedte of Lengte van het belaste oppervlak groter is dan de plaat waarop de belasting werkt (flens, lijf, enz.), ligt een deel van de belasting buiten het oppervlak van de plaat. Dat deel wordt niet overgedragen naar het model, waardoor de volledige grootte van de belasting niet in de berekening wordt gebruikt. Omdat dit onveilig kan zijn en niet intuïtief is, toont de applicatie in dat geval een waarschuwing.

Belastingcombinaties
Belastingcombinaties worden aangemaakt met de knop Combinatie in de groep New op het tabblad MODEL. De keuzelijst Toetstype bepaalt of de combinatie wordt gebruikt voor de uiterste grenstoestand (UGT) of de bruikbaarheidsgrenstoestand (BGT). In de tabel krijgt elk belastinggeval een Coëfficiënt [-] die alle belastingen in dat belastinggeval vermenigvuldigt. Voer deze in als totale factor voor het belastinggeval, bijvoorbeeld 1,35 voor permanente en 1,50 voor veranderlijke belastingen. Als ook een combinatiefactor moet worden toegepast, voert u het product in van de partiële belastingfactor en de combinatiefactor, bijvoorbeeld 1,50 × 0,6 = 0,90. De resulterende formule wordt weergegeven in het alleen-lezen veld Combinatieregel, bijvoorbeeld 1,35*LC1 + 1,5*LC2.

