In Stability bouwt de gebruiker eerst op het tabblad MODEL een balkmodel van de constructie met 1D-balkelementen met 6 vrijheidsgraden. Op dit model definieert de gebruiker belastinggevallen met lijnlasten en puntlasten, en combinaties van deze belastinggevallen. Het balkmodel kan vervolgens worden geanalyseerd met een lineair-elastische eerste-orde-analyse, zonder tweede-ordeseffecten (zie het artikel over analysetypen). De resultaten van de lineaire analyse zijn de verdelingen van de snedekrachten en vervormingen langs de staven en de oplegreacties, voor de afzonderlijke belastinggevallen en hun combinaties.

Voor een meer gedetailleerde analyse selecteert de gebruiker de zogenaamde CBFEM-staven, die worden gemodelleerd met schaalelementen. De selectie van CBFEM-staven gebeurt op het tabblad DESIGN: de gebruiker selecteert een staaf en vinkt CBFEM member aan in de eigenschappentabel. De stompen van alle staven die op de CBFEM-staven aansluiten, worden eveneens met schaalelementen gemodelleerd. In de volgende stap kan de gebruiker hierdoor elke verbinding op de CBFEM-staven in detail modelleren en elke verbinding afzonderlijk toetsen in de Connection applicatie.

Als alternatief kan de gebruiker CBFEM-staven rechtstreeks in de 3D-weergave selecteren. Op het tabblad DESIGN klikt de gebruiker op de knop CBFEM member in de groep New van het lint (1). De prompt Select CBFEM member verschijnt in de weergave (2) en de gebruiker kiest met de muis de gewenste staaf (3).

