Hoe de positie van bouten in te stellen
Voor bewerkingen die bouten produceren (Boutrooster of contact, kopplaat, lip plaat, etc.) verschilt de invoer van boutposities en de definitie van boutcoördinaten. Wanneer u met de muis over de tekst beweegt, kunt u een tooltip lezen die het type invoer beschrijft, bijv. voor Rijen en Posities voor het algemene boutrooster.
Maak uzelf vertrouwd met de invoer van bouten voor elke bewerking door verschillende waarden uit te proberen. U kunt altijd de afmetingen van het geproduceerde boutrooster controleren in de 3D weergave.
Om een 2D-tekening met afmetingen weer te geven, gaat u naar de Editor van de bewerking en schakelt u over naar het tabblad Tekening.
Boutpositie invoeren voor de kopplaat bewerking
Voeg de bewerking Kopplaat toe en stel met de parameter Afmetingen het type kopplaat en daarmee de boutinvoer in.
Voer vervolgens de symmetrische boutposities in door de waarden van de Bovenste lagen en Linker lagen in te vullen. Voor deze bewerking vertegenwoordigen de waarden de afstand van de omtrek van de doorsnede naar buiten.
Een meervoudig aantal rijen en kolommen van bouten kan worden opgegeven met behulp van twee typen scheidingstekens:
Absoluut scheidingsteken ";" (een puntkomma) - afstand gemeten vanaf de omtrek van de doorsnede (referentielijn)
Relatief scheidingsteken " " (spatie) - afstand gemeten vanaf de vorige boutrij/-kolom
Bijv. de invoer van "40; 80; 120; 160; 200" is gelijk aan "40 40 40 40 40" en ook "4*40". U kunt ook alle scheidingstekens combineren, bijv. invoer "40; 80; 120 40 40".
U kunt de afmetingen van het boutrooster controleren in de 3D weergave.
Een enkele bout verplaatsen binnen een boutrooster
U kunt de positie van een enkele bout of een rij bouten in een boutrooster wijzigen of verplaatsen in de Editor. Selecteer de productie bewerking die het boutrooster bevat, vervolgens Explodeer de boutgroep en wijzig de coördinaten van elke bout afzonderlijk.