Om de meeste situaties tijdens het bouwproces te modelleren, zijn in de CSFM veel typen opleggingen (afb. 7) en componenten voor belastingoverdracht (afb. 8) beschikbaar.
Opleggingen
Een puntoplegging kan op verschillende manieren worden gemodelleerd om ervoor te zorgen dat spanningen niet in één punt geconcentreerd zijn, maar over een groter gebied worden verdeeld. De eerste optie is een verdeelde puntoplegging (afb. 7a), die de belasting op de rand van de staaf gelijkmatig verdeelt over de opgegeven breedte.

Een patch-oplegging (afb. 7d) kan daarentegen alleen binnen een betonvolume met een gedefinieerde effectieve straal worden geplaatst. Deze wordt vervolgens door middel van stijve elementen verbonden met de knopen van het wapeningsnet binnen deze straal. Daarom is het vereist om een wapeningskooi rondom de patch-oplegging te definiëren.
Voor een nauwkeuriger modellering van bepaalde realistische scenario's zijn er nog twee andere opties voor puntoplegging. Ten eerste is er een puntoplegging met een oplegplaat van gedefinieerde breedte en dikte (afb. 7b). Het materiaal van de oplegplaat kan worden gespecificeerd, en de gehele oplegplaat wordt onafhankelijk gemesht. Ten tweede is er een hangende oplegging beschikbaar (afb. 7e), die kan worden gebruikt voor het modelleren van hijsankers of hijsdeuvels.
Een lijnoplegging (afb. 7c) kan worden gedefinieerd op een rand (door de lengte ervan op te geven) of binnen een element (door middel van een polylijn). Het is ook mogelijk om de stijfheid en/of het niet-lineaire gedrag ervan te specificeren (oplegging in druk/trek of alleen in druk).
- Lees gedetailleerde beschrijvingen in Types opleggingen in IDEA StatiCa Detail
Belastingoverdragende componenten
Het inleiden van belastingen in de constructie kan eveneens op verschillende manieren worden gemodelleerd. Voor puntlasten kan een oplegplaat (afb. 8a) worden gebruikt, op dezelfde manier als bij puntoplegging, waarbij de geconcentreerde belasting dankzij een stalen plaat met gedefinieerde breedte en dikte over een groter gebied wordt verdeeld.

De puntlast kan ofwel rechtstreeks op het oppervlak van de constructie worden aangebracht met een gedefinieerde werkingsstraal (de belasting wordt op de betonelementen aangebracht), ofwel via een speciaal overdrachtsmiddel genaamd patch-belasting (afb. 8b en afb. 9). Patch-belasting maakt het mogelijk om de belasting rechtstreeks over te dragen naar de gedefinieerde wapening binnen het gebied van de effectieve straal. Om de correcte werking van de patch-belasting te waarborgen, is het noodzakelijk om een groep wapeningsstaven te definiëren die met de belasting worden verbonden (in de wapeningseigenschappen). Wanneer de te verbinden wapening niet is gedefinieerd, is het belastingoverdrachtsmechanisme hetzelfde als bij een puntlast die op een staafoppervlak is geplaatst, en wordt de belasting via de randvoorwaarden overgedragen naar de betonelementen, niet rechtstreeks naar de wapening.

Hijsankers of hijsdeuvels kunnen worden gemodelleerd met een hangende belasting (afb. 8c). De gebruiker kan een partieel belast gebied (afb. 8d) gebruiken, waarmee de drukcapaciteit van beton kan worden verhoogd volgens Eurocode (het is niet mogelijk om dit type belastingoverdragende component te gebruiken wanneer ACI is ingesteld). De constructie kan ook worden belast met lijnlasten op de randen, via een algemene polylijn, of met vlaklasten. De Detail applicatie is in staat om automatisch rekening te houden met het eigen gewicht in de analyse.
