2.1 Inleiding tot de implementatie van de Eindige Elementen Methode
De CSFM beschouwt continue spanningsvelden in het beton (2D eindige elementen), aangevuld met discrete "staaf"-elementen die de wapening vertegenwoordigen (1D eindige elementen). De wapening is dus niet diffuus ingebed in de 2D eindige elementen van het beton, maar expliciet gemodelleerd en hieraan gekoppeld. In het rekenmodel wordt een vlakke spanningstoestand beschouwd.
\[ \textsf{\textit{\footnotesize{Fig. 6\qquad Visualization of the calculation model of a structural element (trimmed beam) in Idea StatiCa Detail.}}}\]
Zowel volledige wanden als liggers, alsook details (delen) van liggers (geïsoleerd discontinuïteitsgebied, ook wel afgesneden uiteinde genoemd), kunnen worden gemodelleerd. Bij wanden en volledige liggers moeten de opleggingen zodanig worden gedefinieerd dat een (extern) isostatische (statisch bepaalde) of hyperstatische (statisch onbepaalde constructie) ontstaat. De krachtafdracht bij de afgesneden uiteinden van liggers wordt geïntroduceerd door middel van een speciale Saint-Venant overgangszone, die zorgt voor een realistische spanningsverdeling in het geanalyseerde detailgebied.