Bouten
Minimale boutafstand is volgens IS 800, Cl. 10.2.2: Hart op hart van de bout moet groter zijn dan , waarbij de nominale boutdiameter is.
Minimale eind- en randafstanden gemeten vanuit de hartlijn van de bout worden aangehouden volgens IS 800, Cl. 10.2.4 als , waarbij de standaard gatdiameter is volgens IS 800, Tabel 19.
De griplengte van bouten moet worden beperkt tot volgens IS 800, Cl. 10.3.3.2.
Lassen
Minimale lasgrootte wordt gecontroleerd volgens IS 800, Tabel 21:
| Dikte van het dikste deel [mm] | Minimale lasgrootte [mm] |
| 3 | |
| 5 | |
| 6 | |
| 10 |
Merk op dat de lasgrootte wordt aangenomen als keeldikte vermenigvuldigd met .
Kolomvoet
De dikte van de kolomvoet moet groter zijn dan de dikte van de kolomflens volgens IS 800, Cl. 7.4.3.1.
